|

Persephone’s granaatappel

De oudheid
deel 2
In
het eerste gedeelte van deze lezing hebben we gezien dat men, ten tijden van Pluto/Persephone, de tocht naar de onderwereld niet langer meer beschouwde als een wreed lot met een gegarandeerd fatale
afloop. Waarbij we voor alle zekerheid wel willen stellen dat hier uiteraard níet het fenomeen van de uiteindelijke fysieke dood mee wordt bedoeld. Maar is het niet zo dat een mens minstens duizend
doden sterft gedurende zijn bewustwordingsproces?
Wat de geschiedenis ons heeft geleerd is dat zij die de tocht naar de onderwereld niet ondergingen als willoze slachtoffers, maar zonder opsmuk het ‘hoe en waarom’ onderzochten, de enige waren
die haar tot het einde aan toe konden volbrengen. Hoewel dit tot op de dag van vandaag een grote zeldzaamheid is gebleven.
Zonder uitzondering hebben deze mystici ons meegedeeld dat het moment waarop zij op de bodem van de put bereikten, het moment was waarop ze de kern van hun bestaan raakten. En hoe daar toen, zomaar
uit het niets, opeens dat verlossende inzicht was waarin alle duisternis oploste. Alle depressie, waanzin, alle strijd en wanhoop, álles veranderde gedurende een fractie van een seconde in zijn
tegendeel.
Want als het moment daar is dat alle tegendelen in elkaar vallen en het heilige huwelijk der tegenstellingen wordt voltrokken is dit het ogenblik waarop een grote kernfusie plaatsvindt waardoor
er een totaal nieuw bewustzijnsniveau wordt bereikt.
De schatten die hierdoor zichtbaar worden zijn echter van een dermate grote orde, dat we niet meer kunnen spreken over schatten uit onze materiële werkelijkheid. Ze zijn dermate krachtig dat de
natuur er strikt op toeziet dat ze niet in handen kunnen vallen van mensen die nog niet tot volle wasdom zijn gekomen. Zij die nog door hun ego beheerst worden zouden ze, hebberig als deze lieden
zijn, altijd en immer voor de verkeerde doeleinden gebruiken. De reis door de onderwereld heeft dus absoluut geen begeerlijk einddoel in zicht, want men zal voorbij al zijn wensen en begeerten
moeten gaan. Daarom is het ook heel zelden dat iemand zich geroepen zal voelen deze tocht te gaan en bereid is de niet geringe prijs te betalen, die bestaat uit afzien van aards succes en waardigheid.
Als zo iemand eenmaal tot zijn tocht heeft besloten kan hij ook beter nooit meer omkijken. Daarmee zou hij zichzelf alleen maar krankzinnig maken. Zodra men de eerste poort achter zich heeft gesloten
is voorgoed ‘the point of no return’ gepasseerd. Vanaf dát moment zijn alleen nog maar de grote Pluto/Persephone thema’s ‘alles of niets’ en ‘nu of nooit’ van kracht. En garanties op succes worden
tijdens, het verblijf in de onderwereld, niet afgegeven. Integendeel! Naarmate de duisternis toeneemt zullen wanhoop en vertwijfeling eerst ongenadig toeslaan.
Als men dit zo hoort zou men bij het archetype waar Pluto voor staat een naam verwachten als ‘hij die vernietigt, of ‘hij die elimineert’, maar zijn oorspronkelijke naam is ‘hij die rijkdom schenkt’.
Hades betekent rijkdom. Alleen is dit het soort rijkdom dat uitsluitend zichtbaar kan worden aan hen die ogen hebben ontwikkeld die één met het duister zijn geworden.
Laten
we nu eens kijken naar de grootste metafoor die Pluto ons heeft geschonken.
Toen de planeet Pluto in 1930 werd ontdekt, was hij de laatste van de nieuwe planeten en het is beslist geen toeval dat dit ook het moment was waarop de mens het plutonium ontdekte.
Plutonium is dé aangewezen metafoor die ons leert hoe gevaarlijk het is als schatten uit het duister in handen komen van onvolwassen lieden. Het is een zegen waar het helend wordt aangewend voor
hen die ziek zijn. En een vloek wanneer het als vernietigingswapen wordt gebruikt. Het heeft dus zowel het vermogen om zowel te splijten als te helen.
Door het ontdekken van de grote atoomsplijtzwam heeft de heer van het duister ons meedogenloos laten kennismaken met de onverbiddelijke kracht van het wapen dat de moderne mens in handen heeft
gekregen.
Daarmee heeft Pluto zijn visitekaartje op een niet mis te verstane wijze afgeleverd en ons erop gewezen dat de mensheid op een definitief kruispunt in de evolutie is beland. Aan een kant zijn
we nu zo knap geworden dat wij de aarde in één klap kunnen vernietigen. We kunnen echter ook onze kennis aanwenden om de inmiddels gevaarlijk, vervuilde aarde te louteren. Maar dit kan alleen
als wij zowel individueel als collectief de verantwoording nemen om daadwerkelijk tot op de bodem te gaan. Alleen daar kan de zuivere bron gevonden worden die het helende water omhoog brengt.
Ieder
op hun eigen manier hebben de mystici, die de tocht naar beneden wisten te volbreen, dit ook gedaan, daar zij zonder uitzondering heelmeesters zijn geworden.
Zoals ze dat in 1ste instantie bij zichzelf deden, zijn ze vanaf hun loutering het lemmet gaan gebruiken dat hen feilloos in staat stelt de rotte plekken uit ons bestaan weg te snijden.
Een van de grote kenmerken van een wijze, die gedronken heeft van de zuivere bron, is het gegeven dat hij zijn gave nooit primair zal aanwenden voor eigen gewin, maar altijd zal proberen de wereld
deelgenoot te maken van zijn bewustzijnsprong. Dat de tragiek van zo iemand er uit bestaat dat hij meestal niet goed begrepen wordt, omdat hij zijn tijd vooruit is, is een ander verhaal.
Op dit moment zullen we ons echter beperken tot de invloed dat het grote liefdespaar Pluto en Persephone ook nu nog op ons uitoefent. Want daar is voorlopig het laatste woord nog niet over gezegd.
Het moge zo langzamerhand duidelijk worden hoezeer de heer van de onderwereld excelleert op de grens van leven en dood. Dat is natuurlijk niet voor niets zo. Op dit breekpunt houdt hij immers
zijn meest waardevolle schat verborgen.
De grootste rijkdom die de mens geschonken kan worden mag toch wel de bewustwording genoemd worden van het feit dat er niet zoiets als dood bestaat. Daar ál dat is, het leven zelve is! Het leven
dat zich golvend en immer van vorm veranderend voortbeweegt en dat in essentie niet vernietigt kan worden.
Alle mystici hebben gezegd dat als het keerpunt wordt bereikt - het punt dat ze in het Boeddhisme het TAO noemen, of de grote leegte - men ervaart dat de levensenergie bestaat uit één compacte,
oneindige massa. En er is maar één zo’n massa, één zo’n natuurkracht die alles omvattend en daarom ondeelbaar is: de liefde.
Ondanks de werkelijk afschuwwekkende vernietingskracht die Pluto tot zijn beschikking heeft roept hij ons dus op, om op de bodem van de put, het zoete geheim van de liefde te ontsluieren. En
als dát geen rijkdom is dan weet ik het niet meer!
Het probleem is echter dat het, tot op de dag van vandaag, nog steeds onmogelijk is voor gewone mensenkinderen om de zuivere bron op te bodem te bereiken en dat de frustratie daarover maar al
te gemakkelijk omslaat naar onvervalste haat.
Als
we stilstaan bij het Plutonische archetype in de natuurkunde zien we dat Pluto dat gedeelte vertegenwoordigt dat ook werkelijk met de deeltjes te maken heeft. Zelfs met de meest snelle, de
bouwsteentjes van de atomen, de Tachyonen. Dit maakt meteen duidelijk dat het mysterie van ‘leven en dood’ ook het mysterie van ‘tijd en ruimte’ is.
Het is nog niet eens zó lang geleden dat men in de wereld van de kernfysica ontdekte dat hoe sneller de beweging van een object gaat daaraan analoog de tijd wordt ingedrukt, terwijl de tijd juist
wordt uitgerekt naarmate een beweging zich vertraagt.
Gelukkig hoeven we geen bollebozen te zijn om dit te herkennen. Iedereen kent wel van die momenten waarop men helemaal in vervoering is. Op zulke momenten is iemand zich van geen tijd bewust
en zegt men achteraf verbaasd, ‘het leek wel alsof de tijd voorbij vloog’. Omgekeerd kent iedereen ook momenten waarop men zich stierlijk verveeld, omdat men maar moet wachten, wachten en nog
eens wachten. Dan lijkt het wel alsof de tijd wordt uitgerekt en er geen eind aankomt. Pluto heeft dus alles te maken met het proces van verijling en verdichting. Verijling als energie of materie
transformeert en oplost. Verdichting als de duisternis zo onontkoombaar zwaar wordt dat een mens zichzelf erin verliest.
Een van de grote openbaringen van de nieuwe tijd is het gegeven dat fysici tot de ontdekking zijn gekomen dat zelfs de wijze waarop een beweging wordt observeerd al een verandering teweeg brengt.
Waarmee we opeens midden in de paradox van de relativiteit zitten.
Het is echter alleen aan de de mysticus voorbehouden - die het vermogen heeft ontwikkeld om volledig te kunnen (toe) schouwen - om te beseffen hoe zelfs de meest subtiele verandering het leven,
tot in zijn diepste kern, beïnvloedt. Dit is echter een van de schatten die alleen kan worden begrepen door grootheden van het kaliber van een Boeddha of Jezus. Zij hebben immers het laatste
stukje van de tocht door de onderwereld ondergaan.
De laatste beproeving is namelijk absoluut dodelijk voor het ego en kan alleen volbracht door iemand die totaal aan zichzelf voorbij heeft durven gaan. En alleen een totaal verliefde dwaas is
hiertoe in staat. Waarmee natuurlijk niet de puberale heftigheid van een love zieke puber wordt bedoelt. Die zoekt alleen de bevestiging van zichzelf in de ogen van de ander. Daar is niks mis
mee, want het hoort bij zijn ontwikkelingsfase. Maar wíj hebben het hier over die zeldzame witte raaf die, juist omdat hij zichzelf níet zocht, de tocht van de bewustzijnsontwikkeling heeft kunnen
voltooien.
De schat op de bodem van de grote plaats beneden kan namelijk alleen gezien worden door iemand die ogen heeft ontwikkeld die één zijn met het duister. Of, om die andere geliefde metafoor te gebruiken,
heeft mogen drinken van de zuivere levensbron in de kern van ons bestaan.
Een kind kan begrijpen dat dit geheim zorgvuldig bewaakt moet worden en daar heeft de natuur een werkelijk feilloze oplossing voor gevonden. Bij de laatste beproeving moet de aspirant verlichte
duiken onder het meest giftige moeras dat er bestaat. Namelijk dwars door de verstikkende dampen van de eigen waan(zin).
Een onderwerp dat we zo meteen verder uitdiepen, maar eerst hoop ik dat uit alles wat we al hebben besproken duidelijk mag zijn geworden dat de Pluto/Persephone mythe een grotere impact heeft
dan de andere verhalen uit de Griekse mythologie.
Al die verhalen van Zeus met zijn vele vrouwen zijn spannend en vertellen over allerlei verschillende facetten van het leven. We ontmoeten er onszelf in relatie tot de ander, maar bij Pluto/Persephone
gaat het om de relatie met de dood. Het punt waarin álles samenkomt.
Als metafoor voor de dood heeft Pluto ook te maken met de zwarte gaten in het heelal. Ook daar treft men dat kritische punt waaraan voorbij gegaan ieder object verloren gaat, doordat de tijd
steeds langzamer gaat. Hierdoor verdikt de materie zich dermate sterk dat het, voor welk object dan ook, onmogelijk wordt om er ooit nog uit te voorschijn te komen.
Het zwarte gat in de astronomie is natuurlijk ook een uitstekende metafoor voor iemand die in een hele diepe depressie zit. Voor zo iemand lijkt er ook geen uitzicht meer. Hij ziet geen hand
meer voor zijn ogen en de tijd dat hij in zo’n fase zit opgesloten lijkt een eeuwigheid te duren. Zwarte gaten komen dus niet alleen voor op het niveau van de natuurkunde, maar ook op het psychologische
niveau. Daarom wordt bij het astrologische fenomeen van de Zwarte Maan (Lilith, ook wel de oerheks genoemd) gerefereerd naar de bodem van de onderwereld als het psychologische zwarte gat.
En wie zien we daar als de heks die de bron bewaakt: niemand minder als Pluto’s oermoeder! En heks is werkelijk de enig passende benaming voor haar, want met al haar streken en demonische harpenij
is dit fenomeen de enige die machtig genoeg is om de heldere bron te beschermen.
Bij
het begin van deze lezing spraken we over de ontmoeting van Inanna en haar duistere zuster. Eigenlijk haalde Inanna het eindpunt niet. Zij kon immers niet geloven dat de intens verloederde
en waanzinnige zuster een deel van haar zelf was. Daarom kon alleen een goddelijke noodgreep haar verrijzenis bewerkstelligen.
In het leven van alledag heeft slechts bij hoge uitzondering iemand de aanblik van de eigen waanzin kunnen weerstaan. Hieruit blijkt wel dat de ontmoeting met de heks, die heel diep in onszelf
verscholen zit, niet voor de meeste stervelingen is weggelegd. In ieder geval is deze confrontatie duizend keren moeilijker dan de ook al niet makkelijke ontmoeting met killer Pluto, die zogezegd
een verdieping hoger in de onderwereld huist.
Nu zullen de meeste onder ons ook zijn aanwezigheid ten stelligste ontkennen, want het is een niet geringe schok om te moeten toegeven dat wij zó een duistere kant hebben. Maar ook al is dit
geen prettige gewaarwording, het is wel de ontmoeting met een herkenbaar deel in onszelf. Daarbij is Pluto is héilig vergeleken bij de waanzin van de oermoeder.
Nu is het niet zo, dat alleen zij die het spirituele pad bewandelen met dit facet van de Plutonische energie in aanraking komen. Hoeveel van ons spelen niet weleens met de gedachte dat men iemand
'ik weet niet wat zou willen doen'?
Gelukkig blijft het in de regel bij die opwelling en waken wij er zelf voor dat de poort naar de afgrond niet wagenwijd wordt openzet. Gebeurt dit wel, zoals het geval kan zijn bij gekte, een
trauma, een depressie, of wat dan ook, dan zal degene die dit overkomt, uit pure zelfbescherming, eerst proberen zijn gemoedstoestand zoveel mogelijk te ontkennen of te verdringen. Maar uiteindelijk
zal zo iemand merken dat alleen een confrontatie met de demon in de schaduw de oplossing kan brengen.
Normaal gesproken vindt de confrontatie met iemands schaduw plaats op een bewustzijnslaag die nog net toegankelijk is. Als men echter iemand,die ooit zó diep heeft moeten zinken, naar diens ervaring
vraagt, zal deze altijd zeggen dat hij vurig hoopt nooit meer zoiets afschuwelijks te hoeven meemaken.
Wel, als het voorportaal van ‘De grote plaats beneden’ al zo verstikkend is, hoe zal het er dan wel niet aan toe gaan met de ontmoeting met de oerheks haarzelve?
In ieder geval zal men nu beter kunnen begrijpen wat er wordt bedoeld met ‘ogen die één zijn geworden met het duister’. En ook waarom men pas nadat men helemaal aan zichzelf voorbij is gegaan
de doodsverachting heeft verworven om deze confrontatie, op zowel persoonlijk, als collectief niveau, aan te gaan.
Dat
de oerheks de spiegel is die de held wordt voorgehouden, wordt in de mythologie schitterend weergegeven in het verhaal van Medusa. Éen van de drie Gorgonen. Ook deze zusters zijn archetypes
waarin de verlammende, giftige en vooral het verstenende effect van de oerheks wordt uitgelicht.
Net als Eresighkal was Medusa ooit een schone, blonde vrouw, maar ook zij moest ondervinden dat haar levensenergie werd verkracht. Bij haar was het in de vorm van een vreselijk rouwproces waarmee
zij zichzelf zo sterk identificeerde dat zij compleet verstarde tot een versteende persoonlijkheid. Ook waren de blonde lokken van weleer verdwenen. In haar haren droeg zij een nest met slangen.
Symbolen die direct naar de oerheks verwijzen. De versteende Medusa bood dan ook zo’n verschrikkelijke aanblik dat iedereen, die haar rechtstreeks in de ogen keek, zelf ook ter plekke versteende.
Uiteindelijk kon zij worden verslagen doordat Perseus de kracht had haar hoofd af te hakken. Maar ook in deze mythe zien we dat de oerheks zelf nooit te verslaan is. Individueel kon de sterfelijke
Medusa nog wel het loodje leggen, maar tezamen met haar twee andere zusters Sthenoo en Euryalè vormden zij een onsterfelijk driemanschap. Overigens waren deze twee zusters ook geen lieverdjes.
Ook zij droegen vleugels, hadden koperen klauwen en bezaten enorme tanden waarmee ze onschuldig vlees uiteen konden rijten en natuurlijk bestonden de haren op hun hoofd ook weer uit het gebruikelijke
addergebroed. Dit alles symboliseert overduidelijk wat voor fraais er in het hoofd van de heks huist. De dame was, en ís nog steeds, absoluut dodelijk. Want alleen dit onverdunde gif is in staat
om de bron der onschuld te bewaken.
Ten
tijden van de Griekse mythologie was de mensheid nog niet zover geëvolueerd dat het mogelijk was de heks rechtstreeks in het gelaat te zien. Alleen de heldhaftige Perseus kwam een eind.
Maar hij was niet minder dan een zoon van Zeus die hem had verwekt bij de liefelijke Danaè, een van de dochters van Argos. Ook dit was een van Zeus vele avontuurtjes. Hij verleidde Danaè door
aan haar te verschijnen vermomd als een gouden regenwolk. Uiteraard tot grote woede Hera, die op haar beurt Perseus de kop wilde laten afhakken. Zeus stak hier echter een stokje voor en
zo groeide Perseus in het geheim op. Als hulp bij zijn tocht door het leven schonk Pallas Athena hem een glanzend, zilveren schild. En het was gezegd dat dit schild de strijder Perseus
ooit het leven zou redden. Toch zou zijn leven niet gered worden door het schild op de gebruikelijke manier te gebruiken. Op een gegeven moment werd hij namelijk zo door Medusa in het nauw
gedreven dat hij geen kant meer op kon. Hij stond letterlijk met de rug tegen de muur. Op dat moment bevonden zij zich allebei in een afgesloten ruimte en kon Perseus de confrontatie met
haar onmogelijk meer ontwijken. Medusa was in alles sterker en machtiger dan hijzelf en hij wist dat als hij ook maar één blik op haar zou werpen ook hij voorgoed zou verstenen. De heks
had hem dus wat je noemt in de tang.
De situatie was dermate hopeloos dat Perseus eigenlijk al had geaccepteerd dat zijn strijd verloren was. Maar op hetzelfde moment waarop hij alle hoop had laten varen leerde hij een nooit vermoede
kant van zijn toch al jarenlange beproefde wapenuitrusting kennen. Als bij toeval zag hij opeens in de spiegeling van zijn schild waar Medusa zich bevond. Via de spiegel van zijn eigen schild
kon hij zo haar directe aanblik ontwijken en was hij in staat haar de kop af te hakken.
Een andere mythe die hier direct op aansluit is het bekende verhaal van Narcissus*(nog iets bijschrijven) die,
toen hij in zijn bron keek, verliefd werd op zijn eigen spiegelbeeld en ook ter plekke versteende. Het liep dus nooit goed af met al die goden die meenden dat zij zomaar ongestraft konden kijken
of drinken uit de oerbron.
Zo was
dat toen, maar nu we tegenwoordig zoveel meer afweten van de diepere lagen in ons bewustzijn hoeven we op het vlak van de persoonlijke groei de confrontatie met de heks niet langer meer uit
de weg te gaan. Het is lang zo beladen niet meer om te erkennen hoe bloeddorstig wij kunnen zijn. Sterker, met een zetje in de goede richting, kunnen iemands ogen zo geopend worden dat hijzelf
tot het inzicht komt dat het notabene zijn eigen heksenstreken waren die de neerwaartse spiraal veroorzaakten.
Al moet gezegd worden, dat dit wel confrontaties betreft die op dat, beter te bereiken, persoonlijke niveau liggen.
Voor het collectief belang was het ook slechts sporadisch nodig dat een mens helemaal tot op de bodem ging. En die bewustzijnssprong maakte die de wereld tot op zijn grondvesten deed trillen.
In de regel werden dit de stichters van de grote religies en iedereen weet hoe de invloed van hun bewustzijnssprong over de wereld heeft kunnen uitwaaieren. Natuurlijk noemde Boeddha zijn laatste
beproeving heel anders en Jezus van Nazarerth heeft het ook nooit over de heks, maar over demonische verleidingen gehad. Dat is allemaal cultuur en tijd gebonden, maar beide hebben meegemaakt
dat juist op het moment waarop ze de bron al bijna konden aanraken, ze tot hun schrik moesten ontdekken dat ze er opeens verder dan ooit van verwijderd waren.
Dit is een paradox die enige uitleg verdient.
Als
iemand zover gekomen is dat hij op het punt van de allerlaatste beproeving is beland is er al veel bereikt. Alle klatergoud, alle maskers zijn afgelegd. Alle demonen in de buitenwereld zijn
verslagen, alleen die ene die zo diep in ons zit, heeft zich nog steeds verscholen kunnen houden.
Denk nog maar eens aan Perseus die met zwaard en schild al zijn vijanden had weten te verslaan, maar die daarna in de afgesloten ruimt,e zonder ramen en deuren, nog met zijn grootste vijand moest
afrekenen. Dit was letterlijk oog om oog en de arme Perseus had helemaal niets meer aan zijn oude strategieën. Hij, de strijder was het gevecht voorbij. Daar waar hij groot en sterk mee was geworden,
de kracht waar hij altijd op had kunnen bouwen, zou hem niet verder kunnen helpen. Alleen een kwantumsprong, dat hem een verlossend inzicht zou verschaffen, kon nog uitkomst bieden. Maar hier
kon hij niet voor bidden, noch op hopen, want daar was helemaal geen tijd meer voor, daar hij in die afgesloten ruimte eigenlijk al voorbij tijd en ruimte was gegaan. De oplossing kwam dan ook
in een flits, de goddelijke vonk die niet gezocht kán worden en die daarom - om eens een oud christelijk begrip te gebruiken - als genade wordt ervaren.
Opeens veranderde het schild, dat hij altijd had gebruikt om de buitenwereld af te weren, in een heldere spiegel die hem niet alleen het juiste uitzicht, maar ook het juiste inzicht bood.
Er was namelijk nog één cruciaal kleinigheidje dat hem van de overwinning op het kwaad had kunnen afhouden. En nu wordt duidelijk waarom Medusa nooit eerder verslagen had kunnen worden!
Haar aanblik was van een legendarische lelijkheid. Daar zat het probleem niet, maar O, die ogen! Medusa had een magische blik met een wonderschone, bijna devote uitstraling. Dát was het geheime
wapen waarmee ze zelfs de sterkste strijder had weten te verlammen.
Dit is een schitterende metafoor die ons precies dáár brengt waar we zijn moeten. Want het allerlaatste wapen dat de oerheks op dit niveau nog zal kunnen uitspelen is tevens het laatste examen
voor de aspirant verlichte geest. In feite is nu het punt bereikt waarop een onvolwassen persoonlijkheid als Narcissus verliefd op zijn eigen spiegelbeeld zou kunnen worden. Als hij nu voorover
buigt ziet hij namelijk alleen nog maar iets engelachtigs weerspiegeld in de bron. Alle negativiteit is immers getransformeerd en veranderd in zijn tegendeel.
Wat een valkuil!
Juist op dit moment waarop álles in iemands leven in elkaar stort – en geloof maar dat dit in deze fase altijd zal moeten gebeuren – als iedere hoop verloren is, omdat alle energie tot een absoluut
nulpunt moet imploderen. Hoe verleidelijk is het dan om, juist op dit moment van uiterste zielennood, waarde te hechten aan de illusie dat men het grote spirituele licht is waar de hele wereld
met smart op wacht.
Dit is de laatste strohalm waaraan het laatste restantje overgebleven ego zich niet alleen aan zal vastklampen, maar waarmee het zichzelf wederom tot gigantische, inflatoire proporties opblaast.
Maar weet wel, dat de armzalige die dit overkomt nooit en te nimmer zal kunnen putten uit de zuivere bron en daarom altijd een vals licht zal verspreiden!
Tragisch genoeg moet echter gezegd worden, dat juist zo’n pseudo verlichte een grote aanhang zal kunnen vergaren. Zijn boodschap mag louterend klinken en de schijn van goddelijke inspiratie wekken,
maar onderhuids zal ze boordevol agressiviteit zitten en daarom nóóit helend kunnen zijn. Zo’n valse boodschapper is immers beslist niet voorbij gegaan aan de beperkende wetten van het ego. Het
alles overstijgende inzicht dat er geen dood bestaat heeft hij niet aan zijn eigen ervaring kunnen toetsen en daarom zal hij voorgoed gevangen blijven binnen de dualiteit van het leven. Hij zal álles
- dus ook zijn boodschap - moeten blijven onderverdelen vanuit een zwart/wit visie. Waarvan de strijd tussen goed en kwaad de twee meest in het oog springende zal zijn.
Terwijl de verlichte geest die wel uit de zuivere bron heeft mogen drinken weet dat er niet zoiets bestaat als goed óf kwaad. Hij weet dat de twee in essentie één zijn. Dat heeft hij ‘gezien’ op
het moment waarop de engel en de heks samen vielen. Het grote moment waarop ze elkaars energie transformeerden en het ‘heilige huwelijk der tegenstellingen’ werd voltrokken. Waarmee zoiets gezegd
wil zijn dat pas als de spiegel leeg is en er dus helemaal niets meer gereflecteerd wordt, dán pas de bron totaal gezuiverd zal zijn.
Pas nadat er echt helemaal niets meer over is waarmee iemand zichzelf nog kan identificeren, of waarop nog íets geprojecteerd kan worden vindt de bevrijding van het verleden plaats. Op welk moment
zo iemand de wedergeboorte ondergaat waarna hij eindelijk helemaal zichzelf kan zijn... en dan!
Dán wordt het leven voor het eerst simpel en zuiver. Men is het agresieve 'hebben' voorbij en wordt een schenkende mens, die de wereld zal bevruchten met een immense weldaad aan diep doorvoelde
vreugde en wijsheid. De trieste waarheid is echter dat dit eigenlijk de doodgewone norm zou moeten zijn, terwijl de moderne mens nog steeds zover van zijn goddelijke kern afstaat, dat men niet
kan aannemen dat deze staat van 'zijn', niet alleen voor die exclusieve enkeling, maar voor ons allemaal is weggelegd.
Waarbij
we zijn aangekomen bij de gemalin van Pluto.
Zij is de beschermvrouwe van het doodgewone en verder van alles dat makkelijk bereikbaar is en zodoende voor de massa is bestemd. Alles wat exclusief is hoort toe aan het rijk van de oerheks,
of de Zwarte Maan in de astrologie. Zonder te willen uitwijden over deze astrologische specialisatie lijkt het me goed te vermelden dat het punt waarop de Zwarte Maan in iemands horoscoop terechtkomt
aangeeft waar het hoogste vermogen verborgen ligt. Dat daar een ontwikkelingsproces aan vooraf gaat dat veel overeenkomst vertoont met de reis door de onderwereld zal niemand verbazen. Ook zal
het niet als een verrassing komen dat hier een incubatieperiode aan vooraf moet gaan die door afzondering wordt gekenschetst.
Dit is de diepere reden waarom, in 1ste instantie, bij de Zwarte Maan de afwijzing van de normale norm moet plaatsvinden. Het exceptionele is standaard. Maar waar de Zwarte Maan er haar redenen
voor heeft om, hautain als ze is, het gewone leven af te wijzen, slijpt Persephone hier juist weer de scherpe kantjes vanaf. De plek in de horoscoop die loodrecht tegenover het punt van de Zwarte
Maan staat wordt dan ook aan haar toegeschreven. Zo wordt een as gevormd tussen beide punten. Degene wiens horoscoop door de Zwarte Maan is aangeraakt zal een lange periode van zijn leven heen
en weer geslingerd worden tussen de problematiek op het ene punt en steeds terugkerende periodes van ontspanning aan de andere kant. Daar waar de leerprocessen een stuk makkelijker gaan. Toch
is alles dat betrekking heeft op het verschijnsel van de Zwarte Maan beslist niet geen pretje en daarom is het maar goed dat dit punt lang niet altijd wordt geactiveerd in een horoscoop.
In ieder geval is het zo dat Persephone het vermogen bezit om alles in het leven een stuk aangenamer voor ons te maken. Alleen is dit een valkuil waar velen van ons met open ogen intrappen.
Ach, wie zou zich nu niet willen laten verleiden tot een zorgeloos Dolce Vita dat van alle gemakken is voorzien? Alleen kan Persephone ons, zonder enig pardon, zomaar weer alles afpakken. Zoals
uit de betekenis van háár naam zal blijken.
Bij
Pluto hadden we nooit de naam verwacht ‘hij die rijkdom schenkt’. En ook bij het vernemen van de betekenis van zijn vrouws naam zal de verrassing groot zijn. Om nog eens te onderstrepen
dat dit archetypisch paar twee kanten van één en dezelfde medaille vertegenwoordigt heeft de naam van de onschuldige maagd, de liefelijke lentebruid, niet minder dan twee betekenissen ‘zij
die verwoesting brengt’ en ‘zij die licht brengt in het duister’.
Van Pluto weten we dat hij alles elimineert dat niet langer bruikbaar is. Zodat uitsluitend datgene overblijft dat nodig is om de groei van een nieuwe cyclus te kunnen bewerkstelligen.
Persephone daarentegen verwoest alleen hetgeen aan de oppervlakte ligt. Zoals het maagdenvlies van de maagd verwoest moest worden door de verkrachting van Pluto, omdat het meisje anders nooit
had kunnen uitgroeien tot zijn gelijkwaardige gemalin. De strenge middelaarster die de taak op zich zou nemen om zowel de beschermvrouwe van de onder én de bovenwereld te worden.
Zij roept ons dus op om de oppervlakkigheid van het leven te doorzien en los te laten. En als we dat niet uit eigen vrije wil doen zal het maar al te vaak voorkomen dat zich een of ander voorval
voordoet dat er voor zorgt dat de mooie zeepbel uiteen spat.
Die Persephone toch!
Wat een valse streek om de fuik eerst zo wagenwijd open te zetten dat het iemand wel heel gemakkelijk wordt gemaakt om naar binnen te zwemmen. Maar de filosofie hierachter is dat alles aan de
oppervlakte eerst zo volledig mogelijk moet worden geëxploreerd opdat de ledigheid ervan als het ware iemands neus uitkomt.
Dit is de reden waarom de strenge meesteres van de onderwereld paradoxaal genoeg ook de beschermvrouwe is van alles wat makkelijk te bereiken valt. Persephone heeft nu eenmaal vele noten op haar
zang. Laten we het er maar op houden dat het facet van de onschuldige, nog dwaze maagd staat voor de behoefte aan het uitleven van alle oppervlakkigheid. In dit licht gezien is het niet zo vreemd
dat zij b.v. ook de beschermvrouwe van Californië is. Het Mekka van de fastfood en hamburgercultuur. So what, dat het ongezond en vervuilend is voor ons lichaam. Een Happy Meal verorberen is
lekker en super makkelijk. Je hoeft er niet eens je auto voor uit. Gezien het succes zijn er in ieder geval massa’s mensen die hier zo overdenken.
Waar Persephone ons mee wil confronteren is de verwoesting die al deze vervuiling teweegbrengt. Neem gerust nog een hamburgertje, of twee, drie en daarna nog een toetje als je kunt, maar betaal
straks wel even de prijs als je uit elkaar ploft. ‘Live now and pay
later’ is de boodschap. Jammie..!
Persephone begint dus niet meteen te snijden. Nee, zij schotelt je eerst de hoorn des overvloed voor en laat iemand net zolang zwelgen
totdat het te laat is. Waarna natuurlijk zelfs de zoetste druiven wrang smaken.
Als ‘the queen of plastic’ laat ons ze met haar kennismaken op het álles vervlakkende, materiële niveau. Maar met welk een allure toont
de godin haar hoogste octaaf.
Waar Pluto het principe van de deeltjes in het atoom vertegenwoordigt, staat zij voor de golvende energie en als zodanig heerst zij over
alles wat met telepathie en massacommunicatie te maken heeft. Hoe makkelijk is het leven niet geworden nu we niet eens meer het huis
uit hoeven, om met ons bordje op schoot, via de televisie ons dagelijkse portie nieuws en vermaak binnen krijgen. En denk eens aan de
PC waarmee we via het Internet en onze CD brandertjes zonder enige moeite alles kunnen binnenslepen en reproduceren wat ons hartje ook
maar begeert. Of het nu toegestaan is of niet, er lijkt haast wel geen garantie meer op exclusief bezit te bestaan. De hoeveelheid informatie
die zonder enige beperking over de wereld uitwaaiert is gigantisch. Dank zij een onuitroeibaar leger hackers zijn er zo al heel wat top-secrets
aan de massa prijsgegeven. We kunnen dus niet anders dan vaststellen dat Persephone er hard aan trekt. Gameboys, virtual reality, zij
biedt het aan als opmaatje om ons oude vertrouwde idee van tijd en ruimte dermate op te rekken dat onze vastgeroeste hersenpan alvast
wat flexibeler wordt voor de grote bewustzijn veranderingen die op til zijn.
Nu hebben alle goden iets paradoxaals, maar de hogepriesteres van de wegwerpcultuur slaat alles!
Het ziet er naar uit dat onder haar heerschappij de waanzin ten top gedreven lijkt te gaan worden. In ieder geval is het overduidelijk
dat - zowel letterlijk als figuurlijk - het duo Pluto/Persephone bezig is de waarheid over onze valse illusies haarscherp op ons beeldscherm
te projecteren. Televisie lijkt overigens hét hulpmiddel waar het paar zich tegenwoordig bij voorkeur van bedient. Maar eigenlijk kunnen
we alle ellende niet aan en daarom mogen we graag wat in de rondte zappen. En waar kijken we dan naar? Naar de soaps waar we - zij het
dan afgestoft en opgeleukt door een aan ons tijdsbeeld aangepaste metamorfose - dezelfde goden van weleer voorgeschoteld krijgen. Alleen
kicken we tegenwoordig niet meer op de stichtende verhalen van een sacrale Olympus. Het is nu de gewone huis, tuin en keuken pulp waarin
we onszelf herkennen. Maar ook vandaag de dag zijn de onderkoelde vamp en de hete, blonde seksbom nog steeds te herleiden tot de onschuldige
Inanna, die net als vroeger het altijd aan de stok zal krijgen met haar slechte, liefst donkerharige tegenhangster. Meestal is dit een
veel interessanter rol, want het is niet alleen zo dat de heks met haar trukendoos altijd zorgt voor de nodige spanning en de onverwachte
wending. Ze bezit ook precies de vereiste dosis charme en raffinement om de kijker helemaal in te pakken. Soaps zijn het perfecte voorbeeld
hoe indringend de verstrengeling van waarheid en waan al op ons afkomt. En er zijn haast geen vluchtroutes meer. De creatie van onze
eigen werkelijkheid is hard op weg om een sardonische lachspiegel te worden.
De vraag die nu zich opdringt is echter of we zo moeten blijven doorstumperen? Met aan de ene kant een werkelijkheid die we nauwelijks
meer onder ogen durven zien en aan de andere kant illusies waarin we niet echt meer kunnen geloven. Spelen de goden een spelletje met
ons, of helpen ze ons juist de kwantumsprong te nemen naar een hogere dimensie?
Ik ben
ervan overtuigd dat wij in dit nieuwe millennium niet alleen een steeds grotere behoefte aan helderheid zullen krijgen, maar ook rijp genoeg zullen worden om de verantwoording voor het antwoord
te kunnen dragen. Alle tekenen wijzen er op dat we steeds dichter bij de oplossingen van de grote geheimen in de natuurkunde komen. Daarmee naderen we de bron van het leven, maar uit alles
wat we besproken hebben mag toch wel één ding duidelijk zijn geworden en dat is het gegeven dat de natuur nooit en te nimmer zal toelaten dat de mens deze net zo zal vervuilen als de proeftuin
die ons als lesmateriaal is geschonken: onze wereld.
Uiteraard zijn wij niet in staat om in ons dooie uppie verstarde, collectieve mechanismen los te wrikken, maar ieder van ons kan wel leren zijn projecties terug te nemen. Zodat we ons kunnen
bevrijden van het verlammende schuldgevoel dat al sinds mensenheugenis de grootste vervuiler van ons arm hart is. Bevrijde mensen rennen niet meer achter allerlei illusies aan. Ze zijn ook niet
steeds hongerig op jacht naar ‘meer en beter’. Echt, het zou gigantisch schelen als de mens minder egocentrisch wordt.
Maar
goed, dit zijn precies dezelfde wijzen woorden die we 2000 jaren geleden ook naast ons neergelegd hebben. Dus waarom zou het nu wel gaan lukken?
Het antwoord is simpel: de tijd is op!
Wij spelen het spel van het leven momenteel in reservetijd. En het zal erom spannen, of we het wel gaan halen. Het is echt ‘nu of nooit en ‘alles of niets’. En welk paar wist ook weer alles af
van deze twee begrippen? Juist ja!
Propageer ik dan hier een revival van de Griekse goden, een nieuwe religie, of wil ik soms iedereen een horoscoop aansmeren?
Nee, integendeel! Ik ben de mening toegedaan dat de moderne mens juist moeten leren de magische kracht van zijn goden te ontmantelen, zodat we ons eindelijk van ons verleden kunnen bevrijden.
Dan pas, en geen dag eerder, zullen we eindelijk de sprong tot volle wasdom kunnen maken. Maar dat kan alleen als we eerst inzien hoe diep de grote archetypen nog steeds in ons geworteld zitten
en welk een effect dit op ons heeft.
Aan de ene kant proberen wij namelijk nog steeds door imitatiegedrag de goden zo dicht mogelijk te benaderen. Aan de andere kant gaan we al duizenden jaren gebukt onder een minderwaardigheid
complex omdat dit natuurlijk nooit zal lukken.
Maar ook voor de mens van nu geldt nog steeds die oude natuurwet die dicteert dat alles dat nog onbewust is bewust gemaakt moet worden. Ik ben er dan ook van overtuigd dat wij momenteel op het
breekpunt in de evolutie zijn aangekomen waarop we in staat mogen worden geacht om de goden terug te brengen tot de bron waaruit ze eens zijn ontsprongen. Het is echt de hoogste tijd om deze
van alle vroegere beeldvorming te zuiveren, want alleen dán kunnen we de nieuwe kwantumsprong nemen en met zijn allen door het oog van de naald kruipen.

Deel
3

Terug naar het begin
copyrights - Panda Gielen The dolceVitas of The Netherlands
|