|
Het heeft even geduurd voordat
ik aan de tekst over Ernst Fuchs dorst te beginnen. Wellicht is het niet zo vreemd dat ik er tot nu aan toe voor terug huiverde. Dit is een hele grote
jongen. Die zich al heel vroeg
het vakmanschap van de vroegere Vlaamse schilders wist te verwerven. Waarvan
de indruk die de visionair Jeroen Bosch op hem maakte niet ongenoemd
mag blijven. Via het Maniërisme en de Jugendstil is hij vervolgens
thuis gekomen in het Fantastisch Realisme, dat hij als geen ander beheerst.
Kippenvel krijg ik als ik zie hoe hij vroeger
en nu met elkaar weet te vermengen. Veel op zijn afbeeldingen is zo geschilderd,
dat we ons terug in de middeleeuwen kunnen wanen, maar altijd is daar dan een detail
dat ons met een shock terugzet in het ‘hier
en nu’.
Eén grote aanklacht in mijn hart griffend: ' hebben
wij mensen dan niets geleerd!
Zijn wij gedoemd - om naast alle schoonheid
waartoe we ook in staat zijn - agressieve beesten te blijven? Tweedracht
en verderf zaaiend, omdat we net zoals onze goden verdwaald blijken te
zijn in het spookbos der waanzin.'
Als we kijken het schilderij
‘De strijd van de herscheppende goden’, zien we daar een rijkdom aan archetypisch
droom materiaal. Hoewel droom? Nacht-merriesch is ook op zijn plaats.
Zoals in veel van de schilderijen
die mij boeien was Fuchs ook bevlogen door het Pluto/Persephone thema. Met dien verstande dat, mijns inziens, het heilige huwelijk der tegenstellingen
tussen leven en dood, onschuld en verkrachting hier onmiskenbaar een homo-erotisch ondertoon
kreeg. Het door pijlen doorboorde
lichaam van de martelaar St. Sebastian heeft de extatische lading van een
offerande aan de heilige fallus. Extase en verschrikking liggen heel
dicht bij elkaar. Magistraal heeft Fuchs zich uitgeleefd om onschuld en verschrikking met elkaar te verweven, zelfs om te keren.
In de Griekse mythe is het
de lieflijke maagd Persephone die door, een door lust overweldigde, Pluto
werd geschaakt en verkracht. Om daarna door hem te worden gedwongen aan
zijn zijde te moeten leven in het ondergrondse dodenrijk.
Dit mag zeer wel worden vertaald
als de archetypische onderbuikwereld der verdrongen complexen, die veelal
in hun kern religieus en seksueel getint zijn.
Met groot gevoel voor theatraal
effect heeft Fuchs de rollen weten om te draaien. In zijn schilderij toont
de lieflijke lentegodin zich in haar gestalte van de oerheks die de bron
van leven en dood beheerst. Terwijl het de jongeling is die als een onschuldig
offerlam wordt opgevoerd. Dit gegeven voert ons nog veel verder terug in
de tijd dan de Griekse mythen. Terug naar de periode waarin de vrouwelijke
godin het helemaal voor het zeggen had en de man nog een aan haar onderworpen
rol speelde in de cyclus van dood en wedergeboorte.
De godin symboliseerde
namelijk het onvergankelijke, eeuwigdurende principe.
Zij
bracht het nieuwe leven op de aarde, terwijl de man in die tijd nog niet
eens wist dat hij daarbij een evenredig grote inbreng had.
Het veranderlijke, vergankelijke
principe werd door hem gesymboliseerd en tijdens het extatische ritueel
aan het eind van de oogstfeesten werd hij - in de vorm van de zoon/minnaar
van de godin - geofferd. Waarna zijn lichaam uiteen werd gereten door een
meute uitzinnige vrouwen en daarna in verschillende windrichtingen op het land
begraven. Hiermee werd moeder aarde als het ware opnieuw bevrucht om in
het volgend voorjaar wederom uit te botten. De gehele winterperiode stond
in het teken van rouw om de geofferde zoon/gemaal. Pas als de nieuwe
lente openbrak was het gedaan met alle droefheid. Dan stond het leven wederom
in het teken van nieuwe bevruchting. Dit werd gevierd met een lenteritueel
waarin de meest viriele en sterke onder de jonge mannen werd gekozen om
als de zoon/bruidegom van de godin aan haar zijde plaats te nemen. Gedurende
het hele seizoen werd deze 'Ramgod' alle eer en respect verleent die de
gemaal van de Godin waardig was, tot het oogstritueel het einde van de jaarlijkse cyclus
aankondigde.
Naar dit herscheppende proces
van dood, verraad en wedergeboorte wordt in dit schilderij zeer nadrukkelijk
verwezen.
Als een sadomasochistische meesters houdt de godin de zojuist geofferde jongeling letterlijk aan de
voet genageld in haar grip. In haar hand toont ze ons het tijdloze wereldei
met het alziende oog en heel letterlijk verwijst ze naar de opengesperde
vulva van moeder aarde die gretig het moment van haar nieuwe bevruchting
afwacht.
|