|
Die
avond dat Corstiaan door mijn winkelramen tuurde herkende hij meteen een zusterziel in mij, want hierin waren we precies hetzelfde. Ook ik kan
uren schuiven tot het juiste stilleven tot stand is gekomen en verdraag
daar absoluut geen inbreuk op.
“Je moet even buiten blijven wachten, want ik moet eerst alle lichtjes aandoen”, drukte de kasteelheer
mij vast op mijn plaats.
|
|
|
Even
duizelde het me voor mijn ogen.
Er zijn van die momenten waarop de eeuwigheid opeens binnen handbereik is. Waarop al het andere wegvalt en alleen dit enige nog telt, daar te zijn waar je op dát moment bent. Corstiaan en ik schonken elkaar dat gevoel meer dan eens. Voor ons was dat meer dan voldoende. Want al zijn we elkaar de laatste jaren uit het oog verloren, het tijdloze van zulke heilige momenten zal altijd blijven. Ook als ik er nu over schrijf stap ik nog steeds voor het eerst over de drempel in Mill.
|