Die avond dat Corstiaan door mijn winkelramen tuurde herkende hij meteen een zusterziel in mij, want hierin waren we precies hetzelfde. Ook ik kan uren schuiven tot het juiste stilleven tot stand is gekomen en verdraag daar absoluut geen inbreuk op.  
Dat lukte uiteraard niet in mijn huis, want daar schoot dagelijks een kleine komeet vol lichtjes doorheen. Een komeet die een hele lange staart vol gruis en rommeltjes achter zich aan sleepte: mijn dochter! 
In mijn privé vertrekken golden dus andere regels, maar de winkel was het onbetwist theater waar ik steeds wisselende decors bouwde en mijn spel speelde met al die gevonden schatten uit het verleden.

 

 

“Je moet even buiten blijven wachten, want ik moet eerst alle lichtjes aandoen”, drukte de kasteelheer mij vast op mijn plaats. 
Waarna hij vlug naar binnen wipte. Een paar tellen later was hij terug. Mij voor zich uit naar binnen duwend.

 

Corstiaan de Vries

 

 

 

Even duizelde het me voor mijn ogen. 
Was deze vreemde ervaring van thuiskomen droom of werkelijkheid? Dit gevoel kreeg ik ook altijd toen ik als jong meisje urenlang voor de etalages van Metz en de Bijenkorf kon staan, om de toverwerelden van Benno Premsela in te drinken.
En nu werd ik zelf een droom binnen gevoerd, omdat iemand de mijne als de zijne had herkend.

Er zijn van die momenten waarop de eeuwigheid opeens binnen handbereik is. Waarop al het andere wegvalt en alleen dit enige nog telt, daar te zijn waar je op dát moment bent. Corstiaan en ik schonken elkaar dat gevoel meer dan eens. Voor ons was dat meer dan voldoende. Want al zijn we elkaar de laatste jaren uit het oog verloren, het tijdloze van zulke heilige momenten zal altijd blijven. Ook als ik er nu over schrijf stap ik nog steeds voor het eerst over de drempel in Mill. 

 

Vervolg op de volgende pagina